.
‘Als het christelijk geloof niet op waarheid zou berusten, dan is het onbelangrijk. Maar als het wel de waarheid is, dan is het van oneindig belang. Het is echter onmogelijk dat het een beetje belangrijk is.’
Ik vind deze uitspraak zo uitdagend,
omdat het de dingen op scherp zet.
Het laat geen ruimte voor relativisme,
voor een beetje schipperen.
Het hart van het christelijk geloof is
de opstanding van Jezus, zijn overwinning.
Als dat alleen maar een mooie metafoor
of stukje symboliek is, waar blijf je dan?
Dan blijft er niets over dan
wat verheven vage spiritualiteit zonder basis.
Daar wordt de wereld echt niet beter van,
daar schieten we niets mee op.
Maar als het waar is wat we geloven,
dan zet dat de wereld op z’n kop.
Dat is zo ingrijpend, zo radicaal anders
dan wat we er soms van maken.
En dat is nu precies waar de angel zit:
ons gebrek aan overtuiging, ons ongeloof.
Alsof wat we geloven een beetje belangrijk is,
Alsof het soms wel
maar vaak geen verschil maakt.
Het ding is maar moeilijk tot ons door
hoe verstrekkend het is wat we geloven.
Ik realiseer me hoe veel gemakkelijker
het is om wat water bij de wijn te doen.
Het voelt niet comfortabel om
te geven dat er geen middenweg is.
Alsof we bang zijn een soort alles
of niks fuik terecht te komen.
Maar de overwinning aan het kruis
is het kantelpunt van de geschiedenis.
Dat is niet een beetje belangrijk,
maar oneindig belangrijk.
Met consequenties,
die ons bevattingsvermogen te boven gaan.
Achter de schermen staat Gods Koninkrijk
op het punt door te breken.
De confrontatie met duistere machten
spitst zich toe.
En aan ons is vraag of we beseffen
wat onze roeping in dit alles is.
Staan we als toeschouwers in de sluimerstand?
Of zijn we wakker, waakzaam,
weerbaar, strijdbaar?
