Drie paradoxen die vitaal zijn voor een gezonde gemeente.
Halve waarheden zijn gevaarlijker dan hele leugens. Dat komt omdat een halve waarheid op zich geen leugen is maar dat wel wordt als hij niet in balans wordt gebracht door de andere helft van de waarheid. Ik wil dit in verband brengen met de polarisatie die we zien in de kerk als het gaat om de gaven van de Geest, de bedieningen, het hanteren van autoriteit e.d. Daar is momenteel veel verwarring omheen en dat verzwakt het Lichaam van Christus in grote mate. Ik wil dit verhaal toespitsen op drie paradoxen die in dit verband een essentiële rol spelen.
De paradox Woord en Geest.
In reformatorische, evangelische en charismatische kringen wordt terecht veel waarde gehecht aan het woord van God, de Bijbel. Het sola scriptura van de reformatie is de basis van ons belijden. Het is een grote zegen dat door de moderne media het Bijbelgebruik wordt gestimuleerd, denk aan de leesplannen van de Bijbel app die onlangs de mijlpaal van 1 miljard gebruikers wereldwijd bereikte. Tegelijkertijd zie ik dat het Bijbelgebruik aan tafel of de stille tijd er niet op vooruit gegaan is. Ik kom veel gelovige mensen tegen die basale kennis over de Bijbel missen.
Waar de kennis van het Woord minder wordt is het risico natuurlijk dat mensen vatbaar worden voor simplistische of onjuiste opvattingen over het geloof. Ook dit wordt door de media versterkt: je komt van alles tegen waarvan je niet weet waar het vandaan komt en of het betrouwbaar is. Mensen met uitgesproken standpunten en een sterk charisma hebben veel invloed omdat vooral zij in sociale media goed scoren. En dit verklaart waarom veel onafhankelijke bedieningen grote invloed hebben. Dat geldt niet alleen voor charismatische maar ook voor fundamentalistische of vrijzinnige geluiden.
Charisma werkt goed, zowel in de kerk als in de media, maar niet alle charisma is van de Geest. We hebben onderscheid nodig. En juist dat maakt het nodig dat woord en Geest samen gaan. De Geest maakt Gods Woord levend zodat we Gods spreken herkennen in wat we lezen en we daardoor worden opgebouwd, gecorrigeerd, bemoedigd. (2Tim 3:16). Tegelijkertijd is het Woord nodig om te toetsen of de indrukken die we hebben van wat de Geest zegt sporen met de waarheid die ons is geopenbaard in de Bijbel. Deze wisselwerking is meer dan ooit nodig.
De paradox van vernieuwing en conserveren.
Het is een open deur om te stellen dat we beide nodig hebben. Het is doodzonde dat de geschiedenis leert dat we niets van de geschiedenis leren. Het is om te huilen hoe de dwalingen uit de tijd van de eerste gemeente, door de eeuwen heen, steeds weer in een nieuw jasje tevoorschijn komen. Denk aan de gnostiek van toen en de universalistische spiritualiteit van nu. Terwijl er door de eeuwen heen zoveel kostbare kennis beschikbaar is gekomen over de inhoud en betekenis van het christelijk geloof. Die erfenis moeten we koesteren zodat we niet met de waan van de dag worden meegesleept.
Tegelijkertijd is het kenmerkend voor de Geest dat Hij in elke tijd nieuwe dingen wil doen. Voor mij is de opwekking van Azusa Street in Californië uit het begin van de vorige eeuw een van de meest vernieuwende gebeurtenissen in de geschiedenis van de Kerk. De invloed hiervan wereldwijd kan nauwelijks overschat worden. En zo zouden veel voorbeelden genoemd kunnen worden. Natuurlijk kun je er veel mitsen en maren bij plaatsen maar vernieuwing is kenmerkend voor Gods Koninkrijk.
Ik denk dat het grootste gevaar daarin ligt dat vernieuwing gebaseerd is op het zich afzetten tegen het bestaande. Want daarmee wordt het een tegenbeweging en dat past niet bij Gods Koninkrijk. Natuurlijk roept elke verandering of vernieuwing weerstand op, dat is onvermijdelijk. Maar elke van God gegeven vernieuwing wordt gekenmerkt door respect voor wat God tot dan toe heeft gedaan. De pionier van de Vineyard beweging John Wimber zei altijd: ‘God loves the whole church’. Dat zou de grondhouding moeten zijn van elke geestelijke leider.
Autoriteit en dienstbaarheid.
En dat brengt me bij de derde paradox: hoe ziet geestelijk leiderschap eruit. Er is veel te doen om apostolisch leiderschap. En dat begrijp ik goed omdat deze term veel wordt gebruikt in de context van kerken of bewegingen die autonoom functioneren, dus zonder verbinding met denominaties. Dat is natuurlijk ook iets van onze tijd. Dankzij alle communicatie technieken is het mogelijk om een imperium op de bouwen rond één persoon. Dat brengt grote risico’s met zich mee omdat niet zelden de invloed van de leider onvoldoende wordt begrensd.
Dat neemt niet weg dat autoriteit een belangrijke rol speelt in Gods Koninkrijk. De hoofdman die bij Jezus kwam wordt door Hem geprezen omdat hij begreep hoe autoriteit werkt: omdat je onder gezag staat, heb je gezag. Maar autoriteit is een beladen begrip geworden omdat we weten hoe vaak er misbruik van wordt gemaakt. Daarom is Jezus ook volstrekt helder in zijn definitie ervan: wie de grootste wil zijn, moet de dienaar worden. Dat heeft Hij als geen ander gemodelleerd en in de gemeente volgen wij zijn voorbeeld als het goed is.
Daarom worden door Paulus de vijf bedieningen die hij noemt in Eph.4 gedefinieerd als gaven aan de gemeente die ervoor zorgen dat het lichaam gezond gaat functioneren. Het woord zegt het al, het gaat om mensen die de gemeente dienen. Het gaat niet om titels of posities waaraan rechten zijn verbonden. Het gaat om mensen die naar boven komen drijven omdat ze effectief dienen en daardoor krijgen ze geestelijk gezag, wat iets anders is dan macht. De paradox van autoriteit en dienstbaarheid is wellicht de grootste uitdaging voor de gemeente. Want dat zorgt ervoor dat niet de leider maar Jezus als hoofd van de gemeente, in het middelpunt staat. En dat maakt het grote verschil.
Johan Vink: socioloog, schrijver, spreker en initiator van het Omega project dat mensen wil helpen bij het zoeken naar het DNA van Gods Koninkrijk. Daartoe is zowel boeiend kringmateriaal beschikbaar als een App waarmee je wekelijks gratis inspirerende items kunt ontvangen.
