Het zal je maar gebeuren..

In Matt.17:24-27 staat een bijzonder verhaal. Er wordt aan Petrus door belastingambtenaren gevraagd of Jezus wel het hoofdgeld betaalt. Dat is een belasting die wordt geheven voor het betreden van de tempel. Petrus antwoordt, waarschijnlijk ten onrechte, natuurlijk betalen wij. Als hij vervolgens bij Jezus komt is die hem vóór met de vraag: wat denk je Petrus, van wie heffen koningen doorgaans belasting, van vreemden of van hun zonen? Natuurlijk van de vreemden, antwoordt Petrus, waarop Jezus zegt, dus de zonen zijn vrij! Maar omdat we de ambtenaren geen aanstoot willen geven, ga naar de zee, werp een vishaak uit en de eerste vis die bovenkomt, grijp die. En wanneer je zijn bek opent zul je een zilverstuk vinden. Neem dat en geef die hun voor mij en voor jou.

Natuurlijk wist Petrus dat hij maar wat zei om van die ambtenaren af te komen. Want hij wist ook dat hij anders allerlei gedoe zou krijgen. Daar schiet je niks mee op. Maar dan, zoals dat eigenlijk altijd ging bij Jezus, wist die natuurlijk allang wat er speelde. En prompt komt Hij met een vraag naar de bekende weg. Want inderdaad je betaalt toch geen belasting als je bij het koninklijk huis hoort. Maar wat is hier de logica? Wat wordt er eigenlijk gezegd door Jezus? Dat is wel een doordenkertje… Het komt erop neer dat Jezus er van uitgaat dat degene om wie de tempel draait zijn Vader is. Ja, dan is het logisch dat je niet op bezoek komt want het is gewoon thuis komen. En natuurlijk mag je je vrienden mee naar huis nemen. Dus je staat in je recht…

Maar dan zegt Jezus iets wat wij niet zo gauw zouden doen. Hij weet dat Petrus voor zijn beurt heeft gesproken en dat het niet terecht was wat hij had gezegd. Maar daarover wil hij liever geen discussie. Hij heeft wel begrip voor de ambtenaar die ook maar gewoon zijn werk doet. Hij wil hem niet in verlegenheid brengen en tegelijk voorkomen dat hij op zijn strepen moet gaan staan. De opdracht die Jezus dan aan Petrus geeft is op z’n zachts gezegd heel merkwaardig. Neem je hengel, vang een vis en het zilverstuk dat je in z’n bek vindt ga je betalen aan die ambtenaar…

Dat zal je maar gebeuren.. Zie je jezelf al lopen met je hengeltje. Kom je een bekende tegen die vraagt wat ga je doen? Wat moet je zeggen?

  • Tuurlijk, mooi weer, ik ga lekker vissen.
  • O leuk, ik loop wel even mee, ik heb toch niks te doen. Maar hoezo vissen, je was toch met Jezus op stap?
  • Ja, maar we hebben een probleempje.
  • Hoezo, wat is er aan de hand?
  • Ja we moeten nog wat achterstallige belasting betalen.
  • En dan moet je even wat bij verdienen in je ouwe vak?
  • Ja, zo kun je dat wel ongeveer zeggen…
  • Ik vind dat je een beetje vaag klinkt, ben ik niet van je gewend..
  • Ach ja, het is een best ingewikkeld.
  • O, nou wordt het interessant, ik ben nu wel benieuwd wat het echte verhaal is..


Tja en dan zit er niks anders op dan dat je gewoon vertelt hoe de vork in de steel zit. Dat voelt behoorlijk gênant alsof je ze niet meer allemaal op een rijtje hebt. De reactie was te verwachten. Een rare mengeling van spot en nieuwsgierigheid. Dat laatste gaf de doorslag, hij wilde wel eens zien hoe dit zou uitpakken. Dus het was duidelijk dat je echt voor gek zou worden verklaard als dit allemaal een hoax zou blijken te zijn. Tot overmaat van ramp vertelde jouw zogenaamde vriend ook nog een paar toevallige kennissen van hem wat we gingen doen. Dus dat werd een hele optocht…

Ja en toen bij het water: stond je daar als ervaren visser, een ouwe rot in het vak, iemand die weet hoe het moet. Maar dat gevoel is plotseling volkomen afwezig, alsof het allemaal ver verleden tijd was. Het enige wat je kunt doen is je gezicht in de plooi houden, net doen of het allemaal de normaalste zaak van de wereld is. Je gooit je haak in het water. De seconden lijken minuten. Het lukt maar net om strak voor je uit te kijken. Iedereen om je heen is een en al aandacht en je voelt de bui al hangen. Dan eindelijk voel je dat de lijn strak komt te staan. Voorzichtig trek je hem naar je toe en je ziet een vis of moet je zeggen dé vis. Je grijpt hem vast, je vingers trillen, je haalt de haak uit zijn bek, iedereen houdt zijn adem in en dan zie je het zilverstuk…

Ineens is alle spanning voorbij. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, haal je de munt tevoorschijn, laat hem zien aan de omstanders en steekt hem in je zak en ontvangt met een lichte buiging het applaus. Diep van binnen resoneren de woorden van Jezus: dus de zonen zijn vrij…

Tekst: Johan Vink

Gerelateerd:

Wat zijn de risico’s van cultuurstrijd voor Gods Koninkrijk?

Quote Dallas Willard: “Het Koninkrijk van God draait niet primair om de vraag of wij in de hemel komen…”

Heb je de Omega app nog niet? Download hem dan nu! Elke week ontvang je dan gratis enkele items die jou inspireren in je geloof en je inzicht verdiepen in de realiteit van Gods Koninkrijk!

Ontvang een link naar de gratis cursus