We komen er steeds meer achter dat je een groot verhaal nodig hebt om te weten wie je bent en waarom je er bent. Hoe krijg je een gezond geestelijk leven?
In dit artikel wil ik een pleidooi doen voor het herontdekken van alles wat Jezus heeft gezegd over Gods Koninkrijk. Zijn onderwijs draait namelijk om het Koninkrijk maar wij zijn geneigd heel andere dingen centraal te stellen. Als je de doorsnee christen vraagt waar het om gaat in zijn geloof dan zul je vaak antwoorden krijgen in de trant van: het ervaren van Gods hulp, of de zekerheid dat ik later in de hemel kom, of dat God van me houdt ondanks wat ik allemaal verkeerd doe…
Natuurlijk horen dit soort dingen er allemaal bij maar als je ze loskoppelt van de centrale thematiek van het Koninkrijk, kom je toch snel op een zijspoor. Dan kom je terecht in een manier van geloven die lijkt te draaien om wat wij nodig hebben, om onze behoeften, het oplossen van onze problemen en ga zo maar door. Natuurlijk mogen we enorm dankbaar zijn voor het feit dat God voor ons zorgt. Maar als we onvoldoende zicht hebben op het grotere plaatje en Gods Koninkrijk een soort blinde vlek is, zet dat ons gemakkelijk op het verkeerde been.
De grote invasie
Want het volgen van Jezus draait om iets wat veel verder strekt dan onze individuele noden en behoeften. Het volgen van Jezus heeft alles te maken met zijn Koninkrijk. Toen Jezus op aarde kwam was dat een invasie van de hemel op aarde. Het was een vervulling van de belofte dat de zoon van David zijn troon zou bestijgen en vrede zou brengen. Maar Jezus’ tijdgenoten hadden een heel eigen plaatje voor ogen van hoe dat eruit zou zien.. Daardoor konden ze met Jezus geen kant op: Hij paste niet in hun paradigma.
Zelfs Johannes de Doper had er moeite mee. Hij liet vanuit de gevangenis aan Jezus vragen of Hij wel echt de Messias was (Mt.11). Jezus reageert door te wijzen op de kracht van God die blijkt uit de wonderen die gebeuren. En daar voegt Hij iets aan toe wat eigenlijk te radicaal is voor woorden, namelijk dat de kleinste in Gods Koninkrijk groter is dan Johannes. Terwijl Hij hem tegelijk de grootste profeet noemt uit de tijd van vóór de grote invasie. Met andere woorden, degenen die Jezus volgen krijgen een rol te spelen die verder reikt dan al die gelovigen uit het Oude Testament.
En als je de Evangeliën leest valt op dat Jezus heel veel tijd investeert in het trainen van de discipelen zodat zij na zijn hemelvaart zijn missie kunnen voortzetten. Natuurlijk was daar de uitstorting van de Heilige Geest voor nodig want zoals Jezus niets kon doen uit eigen kracht, zo kunnen ook wij alleen maar functioneren in het Koninkrijk door de kracht van de Geest. Je ziet door het hele Nieuwe Testament dat het erom gaat dat Gods Koninkrijk verder baan breekt. Maar op de een of andere manier verschuift de focus steeds weer naar andere zaken.
Verschuiven van de focus
Om maar een voorbeeld te noemen: in de reformatie werd door Luther terecht nadruk gelegd op het sola fide, sola scriptura en sola gratia. Het was in zijn tijd hart nodig om te herontdekken dat de Bijbel leert dat alleen geloof nodig is om de genade van God te kunnen ontvangen. Dat was dus een heel terechte reactie op de manier waarop het er in de kerk aan toeging. Bijvoorbeeld de dwaalleer alsof je met geld je eeuwige heil kon kopen. Maar als we de geschiedenis van de eeuwen daarna overzien dan lijkt het alsof het belangrijkste thema in de Bijbel is of je geloofszekerheid kunt krijgen en gelooft dat je later in de hemel zult komen.
Prioriteit ligt bij Gods Koninkrijk.
Het verlossende werk van Jezus door zijn dood en opstanding zorgt ervoor dat we deel krijgen aan het eeuwige leven dat begint en doorbreekt in het hier en nu. Als we de boodschap van het evangelie reduceren tot verzoening, verlossing en eeuwig leven later, gaan we voorbij aan het centrale thema in de evangeliën, want die heeft te maken met het zoeken van Gods Koninkrijk. Het overgrote deel van zijn aandacht heeft Jezus geïnvesteerd in het trainen van de discipelen zodat zij zijn werk zouden kunnen voortzetten na zijn overwinning op satan en na de uitstorting van de Heilige Geest.
De vraag die God ons voorhoudt draait erom of wij net als de eerste discipelen bereid zijn ons leven in te zetten voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk. Voor Jezus hing daar een prijskaartje aan, voor de discipelen net zozeer. Zou dat voor ons niet ook gelden? We zijn geroepen om deel te nemen aan een kosmische strijd waarin we met een doortrapte tegenstander te maken hebben die niets liever doet dan ons afleiden, misleiden en verleiden.
Dus de vraag is hoe we onze plek in Gods Koninkrijk kunnen innemen als we primair gericht zijn op kwesties als geloofszekerheid? Als we meer bezig zijn met de vragen rond de basics van het geloof, hoe komen we dan zover dat we de uitdaging en de risico’s van Gods Koninkrijk aandurven? Ik heb het niet over een geestelijke elite, krachtpatsers, een soort kamp van Koningsbrugge. Alsof ik niet door heb dat Gods kracht zich in zwakheid openbaart. Het werkt in Gods Koninkrijk inderdaad precies andersom zodat Hij en niet wij centraal staan.
Ik moet hierbij vooral denken aan de gelijkenis van de talenten, aan die ene man die, omdat hij bang was voor zijn heer, alle risico’s uit de weg ging en zijn talent begroef. Dit is één van de drie gelijkenissen in Mt. 25 die gaan over de eindtijd: de wijze en dwaze meisjes, de talenten en het laatste oordeel. De man die zijn talent in de grond stopte is een beeld van christenen die niet geloven dat God wil dat ze in zijn kracht risico’s nemen en zich inzetten voor de doorbraak van zijn Koninkrijk. Want dat is onze bestemming: dat we tot Jezus terugkomt, gericht betrokken zijn bij de groei van Gods invloed in de wereld.
Tekst: Johan Vink
