De omgekeerde wereld van Gods Koninkrijk: het verborgene weegt het zwaarst.
In de Bergrede legt Jezus een aantal keren de nadruk op datgene wat in het verborgene gebeurt. Dat gaat over bidden, vasten, geven en het verzamelen van een schat in de hemel. John Wimber, de pionier van de Vineyard beweging zei dat hij wilde functioneren als voor een publiek van maar één persoon: de Here God. Dat staat natuurlijk haaks op hoe wij vaak bezig zijn. Wij willen indruk maken en applaus oogsten. Dat was in de religieuze praktijk in Jezus tijd het probleem en ik denk dat je mag zeggen dat we in onze tijd nog méér getraind worden om bij zoveel mogelijk mensen goed over te komen.
Ik wil deze gedachte toespitsen op de rol die gebed in ons leven speelt. Wij weten van Jezus dat Hij zich heel vaak terugtrok om bij de Vader te zijn. Ik denk dat velen van ons ook doordrongen zijn van het belang van voorbede. Toch betwijfel ik of we echt beseffen wat een enorm verschil het maakt in Gods Koninkrijk én in de wereld als we bidden. Jezus zegt niet voor niets dat we moeten bidden dat Gods Koninkrijk komt omdat alles daarvan afhangt.
Tim Keller over gebed en de doorbraak van Gods Koninkrijk.
Ik las deze week artikel in Christianity Today over Tim Keller en wat hij kort voordat hij overleed schreef over de toekomst van de Kerk. Hij schreef dat als het gaat om opwekking of vernieuwing er altijd gemeenschappelijk gebed eraan vooraf ging: ‘buitengewoon gebed, op Gods Koninkrijk gericht gebed, volhardend gebed. Gebed niet alleen voor onze individuele behoeften maar dat de kracht, de boodschap van God door zou breken. (Hand.4:24-31) Dit soort gebed gaat verder dan het normale dagelijkse stille tijd en wat we in samenkomsten doen.’ Tim Keller kwam tot de conclusie dat er een direct verband is tussen gebed en opwekkingen die hebben in de geschiedenis hebben plaats gevonden.
In datzelfde artikel wordt Ashbury genoemd, de plaats waar in 2023 een geestelijke opwekking plaats vond onder studenten. De aanwezigheid van God was zo krachtig dat een dienst in de kapel van de universiteit niet kon worden beëindigd en 16 dagen door ging terwijl er tienduizenden op af kwamen. Er gebeurde ogenschijnlijk niets bijzonders, alles ging er rustig aan toe, er werd niets opgeklopt. Maar Gods aanwezigheid was zo sterk dat mensen tot verootmoediging kwamen, zich bewust werden van de noodzaak hun zonde te belijden en ga zo maar door.
Niet meer, maar minder franje.
Ik heb het verslag gelezen van de rector van het seminarie dat hij een jaar later schreef. Een van de opmerkelijkste zaken uit dat verslag was voor mij dat deze man in gesprekken met studenten erachter kwam dat de aanwezigheid van God zo sterk gevoeld werd omdat de nadruk lag op minder in plaats van meer. Minder platform, minder performance, minder ego’s, minder beroemdheden zodat God méér ruimte kon krijgen. Het is duidelijk dat wat in Ashbury gebeurde direct gekoppeld kan worden aan de intensieve voorbede die eraan vooraf ging.
Tim Keller verwijst, zoals we zagen, naar Hand. 4 waar een bidstond wordt beschreven van de apostelen. Ze waren opgepakt vanwege de genezing van een verlamde maar uiteindelijk werden ze vrijgelaten, onder zware dreiging dat ze niet meer over Jezus mochten spreken. Deze bidstond is één van meest krachtige die wordt beschreven in de Bijbel. Ze definiëren de situatie heel duidelijk als een strijd waarin de machten van de wereld tegenover Gods Koninkrijk opstaan. Ze bidden dan niet om minder vervolging maar om meer vrijmoedigheid en dat God zijn hand uitstrekt door wonderen en tekenen te doen, zodat de kracht van het Koninkrijk zichtbaar wordt.
Hoe houden we de twee realiteiten bij elkaar?
In deze tijd waarin we dagelijks zien hoe de machthebbers van deze wereld bezig zijn kun je het gevoel krijgen dat de onzichtbare realiteit van Gods Koninkrijk daarbij in het niet valt. Voor mij voelt het soms alsof je uit elkaar getrokken wordt: je maakt je druk over wat er gebeurt, je voelt je machteloos en soms kun je het nieuws niet meer horen. Tegelijk besef je dat God zijn plan trekt en dat Hij aan het langste eind trekt. Maar hoe houd je die twee realiteiten bij elkaar. Ik merk dat gebed daarbij essentieel is en de enige manier om te voorkomen dat je de moed verliest.
Maar bidden blijft een uitdaging want je moet steeds ervoor kiezen minder te kijken naar het zichtbare en meer te kijken naar God en wie Hij is. Zoals het Onze Vader eindigt: want van U is het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Gebed brengt ons in contact met een werkelijkheid die we nauwelijks kunnen bevatten, die ons denken te boven gaat. Ik moet hierbij denken aan een ander verhaal uit Handelingen (hfdst 12) waarin we zien hoe moeilijk de discipelen het hebben als God hun gebeden blijkt verhoord te hebben en Petrus uit de gevangenis is bevrijd door een engel.
Máár de gemeente ging bidden.
Wat ik opmerkelijk vind in dat verhaal is dat er de hele nacht door intensief voor Petrus wordt gebeden. Lucas vertelt uitdrukkelijk hoe dreigend de situatie is, maar schrijft hij: ze gingen samen bidden. En als we het verhaal kennen weten we dat als Petrus aanklopt bij het huis waar de bidstond wordt gehouden en het dienstmeisje Rode van verrassing vergeet de deur open te doen en vertelt dat Petrus voor de deur staat, zij niet serieus genomen wordt. Ze komen met allerlei verklaringen waarom dit niet waar kan zijn. Op de een of andere manier gaat dit hun bevattingsvermogen te boven.
Ik denk echter niet dat je zou moeten concluderen dat ze zonder geloof hadden gebeden. Het wijst meer op het feit dat het bovennatuurlijke altijd op spanning staat met ons verstand. Ik vermoed dat Lucas dit zo eerlijk beschrijft om ons te helpen erkennen dat we allemaal diezelfde moeite hebben om als puntje bij paaltje komt Gods bovennatuurlijke kracht serieus te nemen. We moeten over heel wat heen stappen om de realiteit van de onzichtbare wereld echt tot ons door te laten dringen.
Het gelovig gebed speelt een doorslaggevende rol in Gods Koninkrijk. Veel meer dan we ons realiseren. In Efe. 3:20 staat dat God bij machte is oneindig veel meer te doen dan we bidden of beseffen. Ik vind het mooi dat dus de beperktheid van wat we ons bewust zijn als het ware ingecalculeerd is. Dat kan ons helpen om echt ‘out of the box’ te denken en te bidden. Om te geloven dat wat voor ons mensen onmogelijk lijkt, bij God mogelijk is. Ik hoop dat we in de eeuwigheid verrast en verbaasd zullen staan als we erachter komen welke rol ons gebed gespeeld heeft bij de voortgang van Gods Koninkrijk.
Johan Vink
